Vandaag gaan we het hebben over inflatie, die sluwe dief in de nacht, vermomd als economische noodzaak.
Laten we beginnen met een simpele rekenkundige waarheid, één die zelfs
de meest verbijsterde ambtenaar niet kan ontkennen. Stel u een
munteenheid voor die jaarlijks een bescheiden inflatie van 2% ervaart.
Bescheiden? Dat had u gedacht! In 36 jaar tijd groeit die ogenschijnlijk
onschuldige hap uit tot een vraatzuchtige hap, die de waarde van uw
zuurverdiende geld halveert.
Ja, u leest het goed. Wat u vandaag voor een brood kunt kopen, kost over
drieënhalf decennium twee keer zoveel. Het is geen toverij; het is
wiskunde. De regel van 72 – een handige kleine formule – vertelt ons dat
bij een jaarlijkse inflatie van 2% uw koopkracht zich ongeveer elke 36
jaar deelt. Dus terwijl overheden zichzelf op de borst kloppen voor "stabiele"
prijzen, orkestreren ze een slow-motion overval.
Dit is pure diefstal, of, als we de revolutionaire term gebruiken:
belastingheffing zonder vertegenwoordiging. Er is niet gestemd voor deze
uitholling; er is geen debat in het parlement geweest over de stille
confiscatie van uw spaargeld.
Maar wat betekent dit voor de democratie, dat heilige ideaal dat wij tot
voor kort konden koesteren, met zijn echo's van verloren gegane idealen.
Of liever, voor de façade van democratie, die glimmende vernislaag die
de rot eronder verhult? In een ware democratie zou de wil van het volk
oppermachtig zijn, hun vertegenwoordigers verantwoordelijk voor elke
gestolen cent. Toch hebben we hier een systeem waarin centrale banken –
die niet-gekozen tempels van de financiële wereld, van de Europese
Centrale Bank tot de Federal Reserve (die overigens nier federaal is en
reserves hebben ze er al helemaal niet; het is trouwens geen bank maar
een 'system') – de macht hebben om naar believen geld te drukken, de
voorraad te vergroten en uw bezit te devalueren.
Het is een goocheltruc: ze creëren geld uit het niets om tekorten te
financieren, financiële vriendjes te redden die anders de bietenbrug
zouden zijn opgegaan of falende instellingen te stutten, en u, de
loontrekker, betaalt de prijs in de vorm van waardevermindering. Uw
stem? Een ouderwets ritueel, om de paar jaar, terwijl de echte
beslissingen worden genomen in rokerige bestuurskamers (of tegenwoordig
misschien Zoom-gesprekken met ambachtelijke koffie). En dat allemaal met
het excuus dat ons 'unieke' kiesstelsel zo is ingericht - polderen met
andere poltieke vriendjes waardoor verkiezingsbeloften de dag na de
uitslag al in de kliko liggen).
Het hele financiële bouwwerk is ontworpen voor dit doel: om de vruchten
van uw arbeid in de loop der tijd af te romen. Denk aan uw salaris,
onderhandeld met bloed, zweet en misschien een vleugje stakingen. Het
stijgt misschien, maar zelden snel genoeg om de inflatie te overtreffen.
Pensioenen, spaarrekeningen – dit zijn de slagvelden waar waarde
wegsijpelt. Banken lenen uw spaargeld uit tegen rente, maar bieden u een
schamele opbrengst die de inflatie verslindt. Hypotheken ketenen u vast
aan decennialange betalingen, terwijl de huizenprijzen de pan uit rijzen,
niet alleen door schaarste, maar door makkelijk krediet dat de zeepbel
opblaast.
En wie profiteert ervan? De bankenkliek en politici die dit mogelijk
maken. Bankiers: die moderne alchemisten die schulden in goud veranderen.
Ze gedijen op de spread: goedkoop lenen van centrale banken, geld lenen
dat u dierbaar is. Uw verdiende loon, dat symbool van onafhankelijkheid,
wordt een waardeverminderend bezit, niet in één keer gestolen, maar in
onmerkbare stappen. Het is alsof het systeem fluistert: "Werk harder,
spaar meer", terwijl ze uw zakken rollen.
Als de bevolking de omvang van deze corruptie eens begreep! Maar helaas,
de architecten van deze grootschalige diefstal zijn dezelfde die de
afleiding orkestreren. Brood en spelen, noemde Juvenalis het in het oude
Rome – panem et circenses – om de massa onderdanig te houden.
Tegenwoordig zijn het voetbalvelden, pulpprogramma's op de tv en rode
lopers. Dezelfde elites die in Davos of de City of London aan de
touwtjes trekken overspoelen onze schermen met sportspektakel en roddels
over beroemdheden. Premier League-wedstrijden, waar miljardairs hun
reputatie witwassen door clubbezit; reality-tv-gezeur met 'duiders' (geen
deskundigen, dus) die het liefst door elkaar heen praten, waar
nietsnutten strijden om vluchtige roem; schandalen rond popsterren of
leden van het koningshuis, tot in den treure ontleed. Waarom zou u zich
bezighouden met de complexiteit van monetair beleid als u uzelf kunt
verliezen in het drama van een transferperiode of een Hollywood-scheiding?
Dit escapisme is geen toeval; het is een verdovend middel, toegediend om
de angel van de realiteit te verdoven. Terwijl u uw team aanmoedigt of
door roddelbladen scrolt, woekert de realiteit: schuldslavernij, die
moderne horigheid waar studieleningen, creditcards en roodstanden u
sterker binden dan welke feodale eed dan ook. Dienstbaarheid aan de
banken, waar het missen van een betaling tot ondergang leidt, en
samengestelde rente – ach, dat woekerbeest – ervoor zorgt dat het gat
dieper wordt. Nederlandse huishoudens hadden in 2023, het laatste
volledige jaar waarover het CBS alle cijfers heeft verwerkt, gemiddeld €
166.700 aan schulden. Dat bedrag is het gemiddelde over alle soorten
leningen bij elkaar opgeteld, van hypotheken tot persoonlijke leningen.
Het gaat om een totaalbedrag van € 989 miljard. Denk daar eens over na
terwijl u aan uw borrel nipt, als u zich die kunt veroorloven. U zwoegt
niet voor vrijheid, maar om verplichtingen na te komen die weinig mensen
veel rijker maken.
En hier zit hem de crux, beste lezer: dit is uw realiteit, uw bestaan.
Terwijl u met uw rekeningen jongleert – de energiekosten rijzen de pan
uit, de boodschappen klimmen de pan uit, de huur slokt een groot deel
van uw salaris op – toosten zij met wijnen die veel lekkerder zijn dan u
zich kunt veroorloven. De bankenelite, de beleidsmakers, de
hedgefondsgiganten: ze zijn niet alleen onverschillig; ze grinniken in
hun kaviaar. Elke keer dat de inflatie oploopt, wordt het voedsel uit de
monden van uw kinderen geroofd, worden kansen ontzegd, futures
verhypothekeerd. Uw pensioenpot slinkt; hun jachten worden langer.
Democratie? Het is een poppenspel, met touwtjes die terugvoeren naar de
hierboven genoemde bronnen.
In een ongehinderde markteconomie met een door de markt geselecteerd
geld zoals goud, ruilt een goederenproducent zijn producten voor geld en
ruilt dit geld vervolgens in voor de goederen van andere producenten.
Dat wil zeggen dat iets door middel van geld wordt ingeruild voor iets
anders.
In het huidige monetaire systeem leidt een toename van de
geldhoeveelheid er echter toe dat er niets voor iets wordt geruild. Hier
ontstaat dus de toename van geld uit het niets, dus er wordt niets voor
geld geruild, dat op zijn beurt voor iets wordt geruild. Dit resulteert
in het kanaliseren van goederen van vermogensproducenten naar
niet-vermogensproducenten. We kunnen ook zeggen dat de toename van de
geldhoeveelheid het platform creëert voor consumptie zonder voorafgaande
productie. Of we kunnen zeggen dat een toename van de geldhoeveelheid
het valsmunterseffect in gang zet.
We komen hiermee op het voorbeeld van een valsemunter die vals geld
genereert dat gepresenteerd wordt als echt geld. De valsemunter gebruikt
het valse geld om het te ruilen voor goederen en diensten. We hebben
hier te maken met een ruil van niets voor het valse geld (de vervalser
heeft niets bruikbaars geproduceerd) en vervolgens de ruil van vals geld
voor iets. We hebben hier te maken met een ruil van niets voor iets.
Wanneer de centrale bank door middel van haar expansieve monetaire
beleid een toename van de geldhoeveelheid mogelijk maakt, zet dit het
proces van de ruil van niets voor iets in gang. Een expansief monetair
beleid legt daarmee de basis voor het valsemunterij-effect.
De eerste ontvangers van het nieuw gegenereerde geld bevinden zich in
dezelfde positie als de valsemunter. De eerste ontvangers van geld
worden rijker omdat ze nu meer geld hebben dan vóór de geldtoename. Ze
kunnen nu een grotere hoeveelheid goederen verwerven terwijl de prijzen
van goederen nog steeds ongewijzigd blijven. De laatste ontvangers van
geld en de niet-ontvangers van geld zullen de last van prijsstijgingen
en een daling van hun levensstandaard moeten dragen.
Als geld goud is, en de geldhoeveelheid toeneemt als gevolg van een
toename van de hoeveelheid goud in de economie, zal dit niet leiden tot
verduistering, oftewel het valsemunterijeffect. Dit is de reden: als
geld goud is, is dit geld niet uit het niets ontstaan;- het is
ontstaan uit iets nuttigs. Ooit gebruikt in een ruil voor goederen,
zullen we hier te maken hebben met een ruil van rijkdom voor rijkdom of
iets voor iets.
Verder kunnen we ook afleiden dat een toename van de goudvoorraad de
cyclus van boom-bust niet in gang zal zetten. Dit is echter niet
het geval binnen het kader van het huidige monetaire systeem, waar de
toename van de geldhoeveelheid welvaartsgeneratoren ondermijnt en
niet-welvaartsgenererende activiteiten versterkt. Deze activiteiten
worden bubbels genoemd. Het versterken van bubbels is waar de hausse om
draait. Een strakker monetair beleid verzwakt bubbelactiviteiten en zet
daarmee de crisis in gang.
Historisch gezien kan verduistering met geld worden herleid tot een
situatie waarin de koning van een land zijn burgers dwong hem al hun
gouden munten te geven onder het voorwendsel dat een nieuwe gouden munt
de oude zou vervangen. Daarbij vervalste de koning de samenstelling van
de gouden munten door deze met een ander metaal te vermengen en gaf de
verdunde gouden munten terug aan de burgers. Door de verdunning van het
goud kon de koning nu een groter aantal munten slaan en de extra munten
die hij sloeg voor eigen gebruik in eigen zak steken. Wat nu doorging
voor een munt van puur goud, was in feite een munt van verdund goud.
Doordat er meer munten worden verkocht die zich voordoen als munten van
puur goud, stijgen ook de prijzen per munt (er worden meer munten
geruild voor een bepaalde hoeveelheid goederen). Hierbij moeten we
opmerken dat we hier te maken hebben met een inflatie van munten,
oftewel een uitbreiding van munten, die slechts gedeeltelijk gedekt
wordt door goud. Nogmaals, als gevolg van de inflatie van munten kan de
koning overgaan tot een ruil van niets voor iets (hij kan zich
bezighouden met verduistering, oftewel het kanaliseren van middelen van
burgers naar zichzelf). De prijsstijging van munten komt ook voortk uit
de toename van het aantal munten. Het betreft echter de toename van het
aantal munten is, veroorzaakt door de verdunning van goud, die de
doorstroming van grondstoffen naar de Koning mogelijk maakt, en niet de
prijsstijging zelf.
In de moderne wereld bestaat geld eigenlijk niet langer uit goud, maar
uit munten en bankbiljetten; inflatie is in dit geval dus een toename
van de geldhoeveelheid. We zeggen niet, zoals monetaristen beweren, dat
de toename van de geldhoeveelheid inflatie veroorzaakt. Wat we zeggen is
dat inflatie de toename van de geldhoeveelheid is die verduistering in
gang zet.
Tot slot: in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, gaat inflatie dus
niet over algemene prijsstijgingen, maar over een toename van de
geldhoeveelheid. Een algemene prijsstijging ontstaat doorgaans door de
toename van geld. Het zijn echter de toename van de geldhoeveelheid die
het proces van welvaartscreatie verzwakken, en niet de prijsstijgingen
die het gevolg zijn van de toename van de geldhoeveelheid. Beleid dat
gericht is op het bestrijden van inflatie zonder te identificeren waar
het om draait, maakt de situatie alleen maar erger.
[Alle links, bronnen, documenten en meer informatie uitsluitend voor abonnee's]
[6 september 2025]
Afdrukken
Doorsturen